Waargebeurde verhalen, deel 2
door Cor Oberink
Spanje
Mijn vrouw en ik, we waren toen inmiddels getrouwd, gingen naar de Pyreneeën op vakantie en kwamen na een aantal omzwervingen aan op camping “Las Nieves”. Onder aan de camping aan de andere kant van de hoofdweg, na ca. 150 meter lopen had je een hele leuke beek en daar zwom forel in rond. Na een hele hoop pogingen om de forel te vangen en het regelmatig wisselen van nimfen en droge vliegen, had ik dus ook al een aantal malen mijn tipped-dispenser gebruikt. Het was een heeele goede dispenser, zei de verkoper (het was ook niet de goedkoopste), maar het was zo’n rotding, waarbij, als je aan één lijn trok, de andere spoeltjes meedraaiden. Na een paar uur het ding verwensen en het steeds weer uit de war halen en oprollen van mijn onderlijntjes, werd ik op een gegeven moment zo kwaad, dat ik de dispenser woest tegen een kei aan gooide en de spoeltjes alle kanten opvlogen in het water kwamen en meedreven. Pas op dat moment kwam ik tot het besef, dat ik geen andere onderlijnen bij me had, want die spoeltjes had ik thuis tot het maximum gevuld en dat zou onder normale omstandigheden genoeg moeten wezen voor een vakantie die drie maal zo lang duurde. Er zat dus maar een ding op: Mijn hengel neerleggen en als een gek achter die losse spoeltjes aanhollen. Ik heb er drie van de vier weer kunnen vangen. Na een uurtje of twee verder tobben aan de waterkant, hield ik het voor gezien en ging terug naar mijn vrouw. Bij de tent aangekomen zei mijn vrouw tegen mij: Cor ga eens even rustig zitten op dat krukje. “Waarom?”, vroeg ik onnozel, “Gaan we dan nu al eten? Nee, maar ik heb je wat te vertellen, maar ga nu eerst maar eens rustig zitten. Ik wilde vanmiddag de auto opruimen, begon ze, en toen heb ik eerst de achterkant van de auto leeggemaakt (we hadden toentertijd een Renault 18 TL stationwagon) en toen die leeg was heb ik de achterbank overeind willen doen en toen hoorde ik KRAKKKK….
Maar ik leunde tegen de achterbank en om overeind te komen, moest ik me toch van de leuning afzetten en toen hoorde ik weer krak. Ik heb toen de achterbank maar weer plat gedaan en dit kwam tevoorschijn, zei ze en hield mijn, nu vierdelige, #6-7 hengel voor mijn neus. Deze had ik voor de vakantie gekocht, speciaal voor blackbass om met poppers te kunnen werpen. Alsjeblieft niet boos zijn, zei ze tegen me, als we thuis zijn, mag je de mooiste hengel kopen, die er is . . . . en dat heb ik dus ook gedaan. *
Tijdens een andere vakantie naar Spanje, was de vakantie perfect verlopen. Alleen op de terugweg . . . ik had toen óók een 2-delige hengel bij me en ook die hengel was iets langer, dan de auto breed was. De hengel had een uitstekende bergplaats gevonden tussen de voorstoelen en de naar voren gekantelde achterbank en werd in schuine toestand gehouden door de mouw van een regenjas, die er twee keer omheen geslagen was.
Dat heeft perfect gewerkt gedurende de hele vakantie, alleen op die terugweg, in Frankrijk op een camping, ’s morgens vlak voor we vertrokken, alle portieren van de auto stonden nog open (voor het makkelijke inladen), hing mijn vrouw de jas nog even goed, maar hierdoor viel de hengel uit de mouw. Pal voor het vertrek (ik had nergens erg in) gooide ik het achterportier dicht en hoorde een “krak” uit de portier komen, die er voor die tijd niet in had gezeten…..
Dat was mijn zoveelste zelfbouw 4-delige . . . .
Een groot aantal jaren later waren we wederom op vakantie in Spanje, maar dit keer bij de Ebro-Delta. Ik had mezelf daar bij Amposta en Tortosa uitstekend geamuseerd met het vliegvissen op harders. Maar na een groot aantal harders (op een gegeven moment was haast elke worp raak) was ik het eigenlijk zat en ging bij een volgende gelegenheid eens met twee hengels op karper vissen. Ik had een van de twee hengels in gereedheid gebracht, een boily op een hair-rig gemonteerd en het hele spul met een voerkorfje een eindje in het water gemikt. Dat spul had ik op steunen gezet en toen keek ik naar een schilder, die vijf meter van me vandaan het aangezicht van het stadje Tortosa schilderde. Ik stond op en liep 4 passen naar die man en hoorde achter mij: “TIK”. Ik draaide mij om en die tik bleek de beetverklikker te zijn die op de grond gevallen was. Ik sprong naar mijn hengel, terwijl deze richting het water werd getrokken. Ik had de molenvoet verstandig genoeg achter een steun gehaakt, maar dat bleek niet te werken. De steun werd krom getrokken en de hengel gleed van het talud af en bleef achter gaas hangen, dat in het talud was ingegraven ter versteviging. Door de stroming echter, was een deel van het gaas bloot komen te liggen en daar bleef de molen achter haken. Ik de hengel achterna en gleed ook het talud af, maar terwijl ik dat deed, zag ik het gaas omhoog krullen richting het water en ik was nét (het scheelde centimeters!) te laat om de hengel beet te pakken voor hij van het gaas afgleed. Het enige wat ik nog kon doen, was de hengel nakijken hoe die richting het midden van de Ebro verdween. Ik had toen nog geen zgn. beetrunner. Nu wel!
Wordt vervolgd….
*Een jaar na ons laatste bezoek aan camping “Las Nieves” is daar een ramp gebeurd.
Boven tegen de berghelling waarop camping “Las Nieves” gelegen was, liep een riviertje. Voorbij de camping was een betonnen goot gebouwd, waar het water langs de helling naar beneden kon lopen en onder de weg (die voor de camping langs loopt) door naar de beek kon stromen.
Door achterstallig onderhoud zijn er takken e.d. tegen de betonnen goot aangestroomd, waardoor het water niet meer weg kon. Het gevolg was dat een klein stuwmeer werd gevormd.
Dit bleef groeien totdat ter hoogte van de camping de rivier uitbrak en het water over de hele camping spoelde. Vele caravans en tenten werden meegesleurd. Sommige caravans vond men 20 km verderop terug. Bij deze ramp waren ook een aantal doden te betreuren.
De camping is nooit meer herbouwd.
Laatste update: 9 maart 2010 - Contact: vvcd@actiefvissen.nl - © Comdesk Web & logo Design